Nieuw initiatief met de universiteit van Wageningen

“Naar een duurzaam West Zeeuws-Vlaanderen. Welke perspectieven bieden de VN Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en het Klimaatakkoord van Parijs voor de agrarische en recreatieve sector richting 2030 en 2050.”

De Stichting Duurzaam Groede heeft de wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit en Research benaderd naar aanleiding van het VN-akkoord 2030 voor duurzame ontwikkeling en het klimaatakkoord van Parijs. De bovenliggende vraag van de stichting is hoe deze twee verdragen te vertalen zijn naar activiteiten op het gebied van klimaatverbetering en duurzaamheid vandaag: wat kunnen we vandaag ondernemen om het morgen beter te krijgen? De Stichting Duurzaam Groede ziet het VN-akkoord 2030 en het klimaatakkoord van Parijs als leidraad voor beleid. De lokale en regionale politiek kan de leefbaarheid van de regio vergroten, en daardoor een toekomstbestendig perspectief bieden aan bewoners, toeristen en bedrijven.

De wetenschapswinkel ondersteunt maatschappelijke organisaties die zelf niet voldoende financieel draagkrachtig zijn met onderzoek. De wetenschapswinkel laat onderzoek verrichten door onderzoekers van de WUR met beperkte financiële middelen en doet dat onder meer door naast onderzoekers van de WUR vooral ook studenten in te zetten.

Vraagstelling

De vraag van de Stichting Duurzaam Groede sprak de wetenschapswinkel enorm aan omdat de Stichting Duurzaam Groede denkt in termen van kansen en perspectieven. De Wetenschapswinkel heeft daarom vorig jaar al de afspraak gemaakt om voor de Stichting Duurzaam Groede onderzoek te verrichten. Marcel Pleijte – bestuurskundig onderzoeker verbonden aan de universiteit van Wageningen – is daarbij als projectleider aangesteld.

Voor West Zeeuws-Vlaanderen gaat de Wageningse Wetenschapswinkel na hoe de sectoren landbouw en recreatie onder meer tot duurzame productie, duurzame energie en natuurontwikkeling of –behoud kunnen komen. De volgende onderzoekvragen staan hierbij centraal:

  1. Welke regionale en lokale handelingsperspectieven richting duurzaamheid zijn er voor de landbouw en recreatie in West Zeeuws-Vlaanderen?
  2. Waar stroken landbouw en recreatie wel en waar niet met duurzaamheid?
  3. Hoe kunnen de niet-duurzame landbouw en recreatie duurzamer worden gemaakt?

Samenwerking met de partners

Voordat we met het onderzoek begonnen, 1hamerde de Stichting Duurzaam Groede erop dat wij de regionale partners goed bij het onderzoek dienen te betrekken, omdat de regionale partners uiteindelijk degene zijn die de duurzaamheid met hun keuzes kunnen realiseren. Belangrijk is om dit initiatief daarom samen met bewoners, bedrijven en bestuur in gang te zetten. Daarom werd contact gelegd met tal van organisaties zoals ZLTO, Recron, Zeeuwse Milieu Federatie, Zeeuws Landschap, natuurvereniging Het Duumpje, Impuls Zeeland, Vekabo en New Babylon3. Daarnaast ondersteunen zowel de gemeente Sluis als de provincie Zeeland dit gezamenlijke initiatief.

Tijdens het onderzoek zien we dat er allerlei nieuwe duurzaamheidsopgaven worden geformuleerd voor energie, voedsel, economie, water en kustverdediging en biodiversiteit en daarmee ook voor de ruimtelijke inrichting.

  1. Fossiele brandstoffen dienen vervangen te worden door duurzamere vormen van energie zoals bijvoorbeeld zonne-energie en windenergie.
  2. Bij voedsel is de vraag of we kunnen komen tot voedingspatronen met minder dierlijke producten, kringlooplandbouw, koolstof vastleggende landbouw en duurzaam bodembeheer.
  3. Het promoten van een circulaire economie, met duurzame kringlopen.
  4. Klimaatadaptatie en mitigatie: inspelen op zeespiegelstijging, verzilting en verdroging.

Vanuit nationaal en internationaal beleid worden er momenteel allerlei doelen over regio’s uitgestort en aan de betrokkenen in de regio’s is het vervolgens de opgave om hier chocola van te maken. Volgens de Raad voor de Leefomgeving pakken de regio’s de duurzaamheidsopgaven weliswaar op, maar echter wel vaak vanuit één duurzaamheidsopgave tegelijk en vaak kleinschalig van karakter.

Dat daarmee het totaalpakket aan duurzaamheidsdoelen op de middellange termijn (2030) en de lange termijn (2050) niet wordt gerealiseerd, moge duidelijk zijn. De vraag is dus hoe we de duurzaamheidsopgaven zo goed mogelijk kunnen laten “samenvallen” en op elkaar afstemmen in de regio.

Daarbij is het goed om niet alleen vanuit het hier en nu over die opgaven na te denken, maar ook na te gaan welk toekomstbeeld of beelden voor de regio wenselijk zijn.  Vervolgens komt de vraag om de hoek kijken hoe deze duurzaamheidsopgaven gerealiseerd kunnen worden. Het gaat daarbij om samenhang en afstemming van de opgaven. Zowel inhoudelijk als procesmatig en financieel kunnen er zich unieke kansen voordoen als duurzaamheidsvraagstukken met elkaar worden verbonden. Maar er kan net zo goed spanning. ontstaan tussen beleidsdoelen of concurrentie tussen verschillende duurzaamheiddoelen.

Waar laat de regionale en lokale politiek zich door leiden? Als er een veelheid aan opgaven is, winnen dan de opgaven waar het meest politieke druk achter staat, bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategie? En wat betekent doorvertaling naar de regio? Betekent dit binnen een verenigd Europa dat West Zeeuws-Vlaanderen zich ook meer en meer op België kan richten? Bijvoorbeeld voor mestaanvoer of afzet van producten? Of is kringlooplandbouw realiseerbaar in West Zeeuws-Vlaanderen? Hoe ziet het landbouwsysteem van West Zeeuws-Vlaanderen er nu uit? Is het niet logisch dat veel vruchtbare grond is aangewend voor akkerbouw en niet voor grasland? Kortom: iedere regionale context is weer anders om met de duurzaamheidsopgaven om te gaan.

Projectbeschrijving

In ons project willen we aan al deze vragen aandacht besteden. Er lopen vier deelprojecten (duurzame landbouw, duurzame recreatie en toerisme, duurzame energie, governance en communicatie) van studenten in de periode van 22 maart tot en met 18 juli 2019. De deelprojecten geven input aan het project en de resultaten hieruit worden gedeeld met de begeleidingscommissie en de regionale partners

Vervolgens willen wij met van september tot en met november 2019 drie bijeenkomsten organiseren waar naast de studenten ook vertegenwoordigers van de maatschappelijke partners, hun achterban en bewoners mee kunnen doen. In de eerste bijeenkomst richten we ons op het in beeld brengen van de ontwikkelingen in het verleden en de huidige situatie in West Zeeuws-Vlaanderen. Tijdens de tweede bijeenkomst gaan we de geesten rijp maken voor het doordenken van droombeelden in de ijkjaren 2030 en 2050. Hoe ziet West Zeeuws-Vlaanderen er dan idealiter uit? In de derde bijeenkomst zetten we het uitwerken van scenario’s centraal. We zullen nagaan wie zich met welk scenario verbonden voelt en wie zich in wil zetten om het te realiseren. Daarbij is de doelstelling om te komen tot concrete lange termijn projecten op het gebied van duurzame landbouw en toerisme.